Algemeen.

Wilsum was tot 1937 een zelfstandige gemeente. In dat jaar ging het samen met de dorpen Grafhorst, Kamperveen, Zalk en Veecaten en IJsselmuiden, op in de gemeente Groot IJsselmuiden.  In 1967 kwam daar nog een gedeelte van Zwollerkerspel bij.

Oorspronkelijk bestond Wilsum uit:  het dorp Wilsum en de buurtschappen Harsenhorst, Uiterwijk, Nieuwstad en het Onderdijks.
Wanneer Wilsum stadsrechten heeft gekregen is niet zeker, maar waarschijnlijk is het omstreeks 1321 geschonken, door Jan van Diest, bisschop van Utrecht, in dat jaar namelijk zijn de willekeuren , in het stadsrecht van Wilsum geschreven, de Magistraat van Wilsum schreef zelf over dit onderwerp in 1785:
Door welke landsheer aan Wilsem stads gerechtigheden geschonken zijn is onbewust, de brief daarvan, is of door brand, de veelvuldige oorlogen, ofte door onachtzaamheid en andere daar bij kunnende koomen gelegenheden zoek geraakt.                                                                                                                                                        
In 1260 wordt Wilsum nog dorp genoemd, in 1328 wordt Wilsum voor het eerst als stad aangeduid.

Enkele vroege vermeldingen van Wilsum:
Wilsum word voor het eerst genoemd, in een brief van Otto, bisschop van Utrecht, uit 1213 die verklaart dat hij de ingezetenen van de kerspelen Wilsem en Santlike (Zalk), die wonen op hoeven, toebehorende aan Dirc en Henric van Buckhorst, uit Zalk, uit de horigheid bevrijd heeft.

1260, 28 december.
Verklaart Henricus, bisschop van Traiectem (Utrecht) dat indertijd ingezetenen van Friesland naar Salland zijn gekomen in de moerassige streek Vene (Kamperveen), bij het dorp Wilsem en Campen gelegen.

1276, 18 september.
Verklaart Floris V, dat hij aan de kooplieden van Kampen, Zwolle, Deventer, Wilsum en tussengelegen plaatsen met het oog op de verplaatsing van de handel van de Vlaamse haven Ziin (het Zwin bij Brugge) naar Dordrecht, bepaalde voorrechten heeft verleend.

1300, 7 januari
Verklaart Iohannes, graaf van Hayonia (Jan II) de privilege te bevestigen waarbij graaf Florentius (Floris V) op 18 september 1276 aan de kooplieden van Campen, Suolle, Daventria, Wilsem e.a. steden die zijn land bezoeken zekere voorrechten heeft verleend.

1328, 4 oktober.
Onenigheid over de verdeling van Mastenbroek.
Willem, graaf van Heynneg(ouwe) etc, maant schepenen en raad van de steden Campen, Zuwollen, Wilsem, Hasselt IJsselmude e.a. marktgenoten in Mastbroec (Mastenbroek) met uitzondering van de heer van Wrst (Voorst), tenzij hij zich bij de genoemde groepen aansluit, om zich naar aanleiding van een klacht van de bisschop van Utrecht voor 24 oktober a.s. met deze te verzoenen en hem gehoorzaam te zijn.

1394,   4 mei.
Frederic van Blankenheym, bisschop van Utrecht bevestigd de stad Wilsem in haar oude voorrechten.

1402,   15 november.
Dirck de Zuere, schout in het kerspel Wilsum.

1437,   16 augustus.
Johannes van Daventria pastoor te Wilsum.

17 april , int jaer 1446,
Was een groot onweder van blixem ende wint, in Hollant, Zelant, Gelderlant, Over-ijssel ende andere lande , soodat die Mastenbroecker Dijck tussen Campen ende Wilsum doorbrack, die toren van Zutphen woeij af en verbrande, tot ( te ) Swolle raekten die vensteren van de kercke in brant op palmdag als de luden ( mensen) in de kercke waren.

1486, 23 november ( op Sancte Clemensdach).
Burgemeesters en schepenen en raad van Wylsem verklaren verkocht te hebben aan Evert Witten en Aleydt van Staveren, echtelieden, 2 heren pond per jaar uit 36 morgen land, genoemd de Stadtmeinte en Voerslach, gelegen in de stadsvrijheid tussen de stadweg ten zuiden en de stadmate ten noorden, strekkende van onses heeren stege van Utrecht ten oosten tot aan de Moelen Enck ten westen.

Int laetste des jaers 1502
Was een tamelicke koude, ende duerde soo tot het leste van Februario 1503, maer omtrent S. Peter begon het soo te vriesen, dat men met wagenen en paerden over die IJssel ende andere stromen konde varen, ende duerde drie weecken, dat men met sleden over die zee voer.
Die koude was soo hart, dat die oeijvaers, die wederom op haer nesten gekomen waren, daer afvielen ende van koude doodt bleven, die wilde endtvogels waren alsoo verkout, dat mense met die hande konde vangen.

1628.
Omtrent Jacobi, is de vijand omtrent Dieren in de Veluwe gevallen, waarvoor de Zweedsche in Mastenbroek tot bewaring van de IJsselstroom gelegd zijn, en mede een compagnie soldaten hier in Wilsum.
Doch alzoo de stad Wezel bij verrassing door de heer van Dedem ingenomen wierd, hebben de Spaansche de Veluwe weerom moeten verlaten, en zijn vervolgens de Zweedsche nadat zij vijv weken hier gelegen hadden tot grote schade en onkosten van onze schamele gemeente wederom vertrokken, en wierd daar na op onze gemeente gelegd drie honderd carol. Gulden, (ter betaling van de ruiterij kosten) die wij hebben moeten opnemen ten laste tegen vier van’t honderd

1665,   den 9 mei.
Is er een praam met turf bevracht zijnde om na boven te varen van Colderveen zijnde, met een harde westenwind, omtrent den middag tegens Groote Collenzand tegen de wal aan gedreven zijnde in de grond geslagen, en de schippervrouw met twee kinderen verongelijkt en verdronken, welke doden den zelven dag zijn gevischt en des avonds te 9 uur te Wilsum gebragt zijnde, bij onze heeren schepenen gevisiteerd volgens gerichtelijk gebruik, en den 11 dito te Wilsum op’t kerkhof ter aarde gesteld.